ECLI:NL:CRVB:2005:AU0494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf 1986 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij sinds 1991 samenwoonde met [M.], onderzocht de gemeente Heerlen de rechtmatigheid van haar uitkering. De gemeente concludeerde dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en trok de bijstand in vanaf 1991, met terugvordering van kosten over 1996-2000.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. Hoewel gezamenlijk huisvesting werd vastgesteld, ontbrak het criterium van wederzijdse zorg. Er was geen financiële verstrengeling en [M.] toonde geen zorg voor appellante.
De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat het recht op bijstand bleef bestaan en veroordeelde de gemeente in de proceskosten. Tevens werd benadrukt dat het bestuursorgaan bij twijfel de betrokkene moet horen alvorens tot intrekking over te gaan.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van wederzijdse zorg binnen de gezamenlijke huishouding.