ECLI:NL:CRVB:2005:AU7268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking van bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden en vermogen
Appellante ontving sinds 1993 een bijstandsuitkering. Na een onderzoek van de gemeente Eindhoven werd vastgesteld dat zij onrechtmatig bijstand ontving doordat zij werkzaamheden verrichtte zonder dit te melden, een auto gebruikte waarvan werd aangenomen dat deze tot haar vermogen behoorde, en samenwoonde met een betrokkene zonder dit te melden.
De gemeente trok haar bijstandsrecht in per 4 juli 2002, beëindigde het per 1 februari 2003 en vorderde onverschuldigde bijstand terug. De rechtbank vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand, wat appellante aanvocht.
De Raad oordeelt dat de herziening over de periode 1999-2002 terecht is vanwege niet gemelde werkzaamheden. De intrekking en terugvordering over 2002-2003 zijn echter onvoldoende gemotiveerd, vooral omdat de auto niet op haar naam stond en de samenwoning niet correct is behandeld. De Raad beveelt een nieuw besluit aan en veroordeelt de gemeente in proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het vonnis deels en laat de herziening over 1999-2002 in stand, maar wijst intrekking en terugvordering over 2002-2003 af en beveelt een nieuw besluit.