ECLI:NL:CRVB:2005:AU0521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Overname niet nagekomen betalingsverplichtingen werkgever na faillissement
Gedaagden waren werknemers van een aannemingsbedrijf dat vanaf 1998 betalingsachterstanden had in vakantierechtwaarden en pensioenpremies. Ondanks sommatiebrieven en een vonnis van de kantonrechter bleef de werkgever betalingsverplichtingen niet nakomen. Na het faillissement van de werkgever dienden gedaagden een aanvraag in voor overname van deze betalingsverplichtingen door het UWV.
Het UWV nam de betalingsverplichtingen over vanaf de datum van definitieve betalingsonmacht (2 oktober 2000), maar weigerde overname van achterstanden van daarvoor gelegen perioden buiten de opzegtermijn. Voor gedaagden 2 tot en met 8 werd overname geheel geweigerd wegens het plegen van een benadelingshandeling door onvoldoende tijdig en adequaat actie te ondernemen. Gedaagde 1 kreeg een korting van 30% op de uitkering wegens een soortgelijke benadelingshandeling.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van gedaagden gegrond en vernietigde de besluiten van het UWV, stellende dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat gedaagden een benadelingshandeling hadden gepleegd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat gedaagden niet tijdig en adequaat actie hebben ondernomen, waardoor het UWV terecht de benadelingshandeling vaststelde en de sancties oplegde.
De Raad vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond. Tevens wordt bevestigd dat het UWV geen zelfstandig invorderingsrecht had op de pensioen- en risicopremies, hetgeen de rechtbank ten onrechte had aangenomen. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen van de werknemers worden ongegrond verklaard en de sancties van het UWV blijven van kracht.