ECLI:NL:CRVB:2005:AU0644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellante en haar partner ontvingen vanaf november 1997 een bijstandsuitkering. Op 5 december 2001 trof de politie bij een controle een professionele hennepkwekerij aan in een schuur bij hun woning. De partner verklaarde dat hij de kwekerij drie maanden eerder had opgezet. De gemeente Eindhoven stelde een onderzoek in en besloot de bijstandsuitkering over de periode van 1 september tot en met 31 december 2001 in te trekken wegens schending van de inlichtingenverplichting en beëindigde de uitkering per 1 januari 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de intrekking over de periode van 1 september tot 5 december 2001 terecht is omdat appellante en haar partner de kwekerij niet hebben gemeld, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt. De Raad wijst erop dat de bijstand als gezinsuitkering is toegekend, waardoor de schending door de partner ook aan appellante wordt toegerekend.
Echter, de Raad vindt geen objectieve aanwijzingen dat appellante en haar partner vanaf 6 december 2001 beschikten over het vermogen dat de gemeente aannam op basis van de oogsten. Ook is er geen bewijs dat er na 5 december 2001 nog inkomsten uit de kwekerij waren. Daarom vernietigt de Raad het besluit tot intrekking over de periode 6 december tot 31 december 2001 en de beëindiging per 1 januari 2002 en beveelt een nieuw besluit.
De Raad veroordeelt de gemeente Eindhoven tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd.
Uitkomst: Intrekking bijstand over 1 sept-5 dec 2001 terecht; intrekking vanaf 6 dec 2001 en beëindiging per 1 jan 2002 vernietigd.