ECLI:NL:CRVB:2005:AU0655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen hennepkwekerij
Appellante kreeg op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) een uitkering toegekend. Na politieonderzoek waarbij met thermische camera's een hennepkwekerij werd aangetroffen in de schuur bij haar woning, werd het recht op bijstand ingetrokken en de uitkering teruggevorderd over de periode van 27 april 2001 tot en met 9 oktober 2001.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van de hennepkwekerij. De omvang en professionele inrichting van de kwekerij maakten dit van groot belang voor de rechtmatigheid van de uitkering. Appellante voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de kwekerij omdat zij de schuur aan haar echtgenoot ter beschikking had gesteld, maar de Raad stelde haar verantwoordelijk vanwege haar zeggenschap over de schuur.
De Raad vond dat het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven zorgvuldig had gehandeld door de intrekking te dateren vanaf 27 april 2001, de datum van de eerste thermische opname. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens het niet melden van de hennepkwekerij wordt bevestigd.