ECLI:NL:CRVB:2005:AU0661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting door hennepkwekerij
Appellanten exploiteerden professionele hennepkwekerijen in schuren bij hun woning, hetgeen niet was gemeld aan de uitkeringsinstantie. Uit thermische camerabeelden, politieonderzoek en energieleveranciersgegevens bleek dat de kwekerijen al sinds 27 april 2001 in bedrijf waren. Gedaagde heeft op grond hiervan de bijstandsuitkering over de periode van 27 april tot 9 oktober 2001 ingetrokken en de ten onrechte ontvangen bijstand teruggevorderd.
Appellanten voerden aan dat de hennep alleen voor eigen gebruik was en dat onvoldoende bewijs bestond voor de lange duur van de kwekerijen. De Raad oordeelde echter dat de omvang en professionele inrichting van de kwekerijen dit niet aannemelijk maken en dat appellanten het bewijsrisico dragen door geen concrete gegevens te verstrekken.
De Raad stelde vast dat appellanten de op hen rustende inlichtingenverplichting uit artikel 65 Abw Pro hebben geschonden door het telen van hennep niet te melden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was intrekking en terugvordering terecht. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.