ECLI:NL:CRVB:2005:AU0666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand voor multivitaminen over 1996-1998
Appellant verzocht op 8 januari 1998 om bijzondere bijstand voor de kosten van multivitaminen over de jaren 1996, 1997 en 1998. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek bij besluit van 3 april 1998 af omdat de kosten niet noodzakelijk werden geacht. Na bezwaar verklaarde het College het bezwaar op 19 november 2002 ongegrond.
Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad baseerde zich op adviezen van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Rotterdam, waarin werd geconcludeerd dat er geen medische noodzaak bestond voor de multivitaminen. Deze adviezen waren gebaseerd op informatie van de behandelend internist en huisarts van appellant. Hoewel de internist geen bezwaar maakte tegen het gebruik, had hij het niet voorgeschreven.
De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen ondubbelzinnige toezegging tot vergoeding was gedaan. Gezien het ontbreken van bijzondere noodzakelijke kosten zoals bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Abw, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om bijzondere bijstand voor multivitaminen wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak.