ECLI:NL:CRVB:2005:AU0673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en hennepteelt
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een onderzoek naar vermeende hennepteelt en gezamenlijke huishouding met zijn partner heeft de gemeente Arnhem het recht op bijstand herzien en ingetrokken en de kosten teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond en niet-ontvankelijk voor de hoofdelijke aansprakelijkstelling. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet met zijn partner een gezamenlijke huishouding voerde en dat hij woonde op een ander adres. Tevens ontkende hij betrokkenheid bij hennepteelt.
De Raad oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd dat appellant en zijn partner een gezamenlijke huishouding voerden, mede gelet op verklaringen van getuigen en eerdere civiele uitspraken. Wel is vastgesteld dat appellant zich bezighield met handel in hennepproducten zonder dit te melden, waardoor intrekking van de bijstand over die periode gerechtvaardigd is.
De Raad vernietigt het besluit tot herziening van bijstand over de periodes waarin geen gezamenlijke huishouding is vastgesteld en bevestigt de intrekking over de periode van hennepteelt. De terugvordering wordt dienovereenkomstig aangepast. Tevens wordt de gemeente Arnhem veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van bijstand wordt vernietigd voor bepaalde perioden wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding, intrekking blijft gehandhaafd voor periode handel hennep.