ECLI:NL:CRVB:2005:AU0703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstand, maar gedaagde ontdekte via onderzoek een hennepkwekerij in een schuur bij hun woning. De kwekerij was niet in bedrijf tijdens de inval, maar de omvang en apparatuur wezen op een professionele opzet. Appellanten hadden dit niet gemeld, wat een schending van hun inlichtingenverplichting volgens artikel 65, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) betekende.
De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende bewijs leverden over de startdatum, herkomst van middelen en afzet van de oogst, waardoor het bewijsrisico volledig voor hun rekening kwam. De datum van 11 december 2002 werd als aanvangsdatum van de kwekerij vastgesteld, mede op basis van thermische opnamen en hoog stroomverbruik zonder afdoende verklaring.
Hierdoor kon het recht op bijstand over de periode van 11 december 2002 tot en met 10 februari 2003 niet worden vastgesteld en werd de bijstand terecht ingetrokken met terugvordering van de kosten. Dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering werden niet aangetoond. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens het niet melden van de hennepkwekerij worden bevestigd.