ECLI:NL:CRVB:2005:AU1040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum en schadevergoeding IOAW-uitkering in hoger beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een IOAW-uitkering met ingang van 5 september 1995, maar de Raad stelt vast dat geen ondubbelzinnige aanvraag of melding is gedaan die een eerdere ingangsdatum dan 11 december 1998 rechtvaardigt. Gedaagde heeft een nieuw besluit genomen waarbij de ingangsdatum van de uitkering is vastgesteld op 11 december 1998.
De Raad oordeelt dat appellant geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een eerdere toekenning rechtvaardigen. De communicatie tussen appellant en gedaagde toont aan dat appellant pas vanaf 20 oktober 1998 actief informatie heeft ingewonnen en pas op 20 juni 2000 opnieuw contact heeft gezocht, zonder dat dit leidde tot een eerdere aanvraag.
Daarnaast is vastgesteld dat gedaagde de wettelijke beslistermijn heeft overschreden, waardoor appellant recht heeft op wettelijke rente over de periode van 11 december 1998 tot 13 november 2001. De Raad wijst een zelfstandige schadevergoeding af en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem, waarmee het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: De ingangsdatum van de IOAW-uitkering wordt bevestigd op 11 december 1998 en appellant krijgt wettelijke rente over de vertraagde betaling toegekend.