ECLI:NL:CRVB:2005:AU1069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en intrekking recht op bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht en terugvordering kosten
Appellant ontving bijstand vanaf 1 juni 1999 en diende op 13 juni 2002 een nieuwe aanvraag in. Gedaagde stelde het recht op bijstand met ingang van 1 mei 2002 stop en trok het recht over de periode 1 juni 1999 tot 30 april 2002 in wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. Tevens werd de terugvordering van gemaakte kosten van bijstand opgelegd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Raad stelt vast dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding oordeelde over de beëindiging van het recht op bijstand.
De Raad oordeelt dat de enkele schending van de inlichtingenplicht onvoldoende is voor intrekking, zodat het besluit tot intrekking niet in stand kan blijven. Wel is vastgesteld dat appellant betrokken was bij activiteiten als zelfstandig acquisiteur, met inkomsten en vermogen dat de vrijlatingsgrens overschreed, en dat hij hierover geen mededeling deed. Daarom is de terugvordering van de gemaakte kosten terecht en blijft deze gehandhaafd.
Verder oordeelt de Raad dat het bestuursorgaan terecht de aanvraag van 13 juni 2002 buiten behandeling stelde op grond van onvoldoende verstrekte gegevens over de vermogenspositie, ondanks dat appellant dit betwistte. De Raad vernietigt het besluit tot intrekking en verklaart het beroep gegrond, bevestigt het besluit tot terugvordering en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het recht op bijstand wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, terwijl de terugvordering van kosten en het buiten behandeling stellen van de aanvraag worden bevestigd.