ECLI:NL:CRVB:2005:AU1201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde WAO-premie bij overgang van onderneming na faillissement
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO voor de jaren 2000 tot en met 2002. Gedaagde nam na het faillissement van drie onderaannemers een groot deel van het personeel over en zette de werkzaamheden voort. De appellant, het UWV, stelde dat sprake was van overgang van onderneming, waardoor de premie op basis van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van het personeel van de gefailleerde bedrijven werd vastgesteld.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de overgang van onderneming. Het hof oordeelt echter dat de doorstart na faillissement, waarbij een substantieel deel van het personeel en de werkzaamheden behouden bleef, kwalificeert als overgang van onderneming volgens artikel 5 van Pro het Besluit premiedifferentiatie WAO.
De Raad benadrukt dat het niet vereist is dat alle bedrijfsactiviteiten volledig worden voortgezet en dat ook een afgeslankte voortzetting voldoende kan zijn. De feiten en omstandigheden, waaronder het behoud van arbeidsvoorwaarden en het overnemen van personeel en boedel, ondersteunen dit oordeel. Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie blijft in stand.