ECLI:NL:CRVB:2005:AU1204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring en afwijzing proceskosten en schadevergoeding bij bijstandsuitkering
Appellant vroeg bijstand aan op 2 september 2002. De gemeente kende bijstand toe per 17 oktober 2002, maar legde een maatregel van gehele weigering voor één maand op. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. De gemeente besloot uiteindelijk op 22 april 2003 de bijstand toe te kennen met ingang van 2 september 2002, waarmee het eerdere besluit verviel.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, wees de proceskostenveroordeling af en wees schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van geleden schade. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissingen.
De Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het besluit van 22 april 2003, maar oordeelt dat appellant recht heeft op vergoeding van reiskosten (€ 14,86) en wettelijke rente over de vertraagde bijstandsbetaling vanaf 1 november 2002 tot 19 juni 2003. Verder wordt het griffierecht van € 31,-- in beroep en € 87,-- in hoger beroep aan appellant vergoed. De overige schadevorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover deze de proceskosten, schadevergoeding en griffierecht betreft en bepaalt dat de gemeente Medemblik deze bedragen aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 22 april 2003 wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar appellant krijgt vergoeding van reiskosten, wettelijke rente en griffierecht toegewezen.