ECLI:NL:CRVB:2005:AU2236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering RWW-uitkering wegens strijd met beleidsregel en Awb
Appellant had een terugvordering van ten onrechte ontvangen Rijksgroepsregeling Werkloze Werknemers (RWW)-uitkeringen ontvangen wegens schending van de inlichtingenplicht. Na een beschikking van de kantonrechter werd een aflossingsregeling getroffen. Appellant verzocht om kwijtschelding van het restant van de schuld, maar dit werd door het College van B&W afgewezen op grond van fraude en onvoldoende aflossingsduur.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het College niet conform eigen beleidsregels had gehandeld door een aflossingsperiode van tien jaar te hanteren, terwijl de oorspronkelijke vordering lager was dan € 22.690, wat een kortere termijn van vijf jaar rechtvaardigt.
De Raad stelde vast dat de oorspronkelijke vordering het bedrag is dat definitief is vastgesteld en niet de hogere fraudeschuld. Hierdoor was het besluit van het College in strijd met artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en diende het vernietigd te worden. De Raad veroordeelde het College in de proceskosten en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 3 juli 2003 wordt vernietigd en het College wordt verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.