ECLI:NL:CRVB:2005:AU2416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onjuiste en tegenstrijdige wooninformatie
Appellant diende op 26 juli 2002 een aanvraag in voor bijstand, die op 16 september 2002 werd afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste en tegenstrijdige inlichtingen over zijn woon- en leefsituatie. Het bezwaar tegen dit besluit werd eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat appellant daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres. Een huisbezoek toonde aan dat een derde de woning huurde en dat appellant elders verbleef. Diverse documenten, zoals giroafschriften en medische correspondentie, bevestigden het gebruik van een ander adres. De Raad stelde dat het essentieel is dat de woon- en leefsituatie duidelijk wordt vastgesteld om het recht op bijstand te bepalen.
Appellant voerde gezondheidsproblemen aan als reden voor het niet correct verstrekken van informatie, maar dit werd niet aannemelijk geacht. De medische stukken toonden wel ernstige gezondheidsproblemen, maar niet dat hij niet in staat was om juiste informatie te geven. Daarom werd geconcludeerd dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en de aanvraag terecht werd afgewezen.
Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt terecht afgewezen wegens onjuiste en tegenstrijdige informatie over de woon- en leefsituatie.