ECLI:NL:CRVB:2005:AU2521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet-nakoming inlichtingenverplichting over schadevergoeding en vermogen
De appellant, het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat, trok de bijstandsuitkering van gedaagden in vanwege het niet verstrekken van toereikende inlichtingen over een schadevergoeding, de aanschaf van een Mercedes, bezit van motoren en bankrekeningen. Gedaagden hadden een bedrag van ƒ 80.000 ontvangen als schadevergoeding van AMEV, maar hadden dit niet gemeld. De rechtbank Breda vernietigde deze intrekking en oordeelde dat gedaagden met een vaststellingsovereenkomst voldoende informatie hadden verstrekt.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat gedaagden de inlichtingenverplichting niet zijn nagekomen omdat niet duidelijk is welk deel van de schadevergoeding materiële dan wel immateriële schade betreft. Tevens bemoeilijkten gedaagden bewust de vaststelling door geen passage over arbeidsvermogensschade op te nemen. Door het contant ontvangen en besteden van het verzekeringsgeld zonder administratie kon niet worden vastgesteld of de motoren en auto’s uit deze gelden zijn betaald.
De Raad stelt dat appellant terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en beëindigd op grond van artikel 69 Abw Pro. Er zijn geen dringende redenen om van intrekking af te zien. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De intrekking en beëindiging van de bijstandsuitkering wegens niet-nakoming van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.