ECLI:NL:CRVB:2005:AU2525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluit wegens ontbreken schriftelijke machtiging
Appellante maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam inzake bijstand over een bepaalde periode. Het bezwaar werd ingediend door een gemachtigde zonder schriftelijke machtiging. Gedaagde verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van deze machtiging.
In hoger beroep stelde appellante dat het verzoek om een schriftelijke machtiging niet correct was gedaan, omdat de brief van gedaagde niet aan de gemachtigde maar aan appellante was gericht en niet aan de organisatie van de gemachtigde. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd was om een schriftelijke machtiging te verlangen, maar dat het verzoek daartoe niet rechtsgeldig was gedaan.
De Raad vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid en bepaalde dat gedaagde opnieuw op het bezwaar moet beslissen, waarbij de termijn voor het indienen van de gronden van het bezwaar niet tot niet-ontvankelijkheid mag leiden. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten en werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen opnieuw te beslissen.