ECLI:NL:CRVB:2005:AU2690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij werkzaamheden als prostituee
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). De gemeente Deventer voerde een onderzoek uit naar haar werkzaamheden in een prostitutieclub, waarbij verklaringen van de eigenaren en van appellante zelf werden verzameld. Uit het onderzoek bleek dat appellante in de periode van 14 maart 2002 tot 6 mei 2002 werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot die zij niet aan de gemeente had gemeld.
De gemeente kende bijstand toe vanaf 6 mei 2002, maar wees de aanvraag over de periode daarvoor af wegens onduidelijkheid over het recht op bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet voldoende gelegenheid had gehad haar zienswijze te geven en dat de gemeente op de hoogte was van haar werkzaamheden.
De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk was gehoord en gelegenheid had gekregen om haar inkomsten te tonen, maar dat zij geen concrete en verifieerbare gegevens had verstrekt. Door het niet melden van haar inkomsten heeft zij de inlichtingenverplichting geschonden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij recht had op bijstand over de betreffende periode. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.