ECLI:NL:CRVB:2005:AU2703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf december 2001 een bijstandsuitkering, waarbij werd aangenomen dat hij woonde op een adres te Soest. Nadat rechtmatigheidsformulieren waren teruggekomen met de melding dat appellant was verhuisd, stelde de gemeente een onderzoek in. Hieruit bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en geen juiste wooninformatie had verstrekt.
De gemeente beëindigde de uitkering per 1 september 2002 en reviseerde de uitkering over de periode daarvoor, waarna zij de bijstand terugvorderde. Tevens legde zij een boete van €495 op wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. Appellant stelde hiertegen beroep in, maar de rechtbank verklaarde deze ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad oordeelt dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door geen juiste woonadresgegevens te verstrekken, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking en terugvordering zijn terecht en de opgelegde boete is passend gezien de ernst van de gedraging en het ontbreken van verzachtende omstandigheden.
De Raad ziet geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering en acht de bescherming van de beslagvrije voet voldoende. De boete voldoet aan het vereiste van proportionaliteit en er zijn geen gronden om deze te matigen of te laten vervallen. De hoger beroepen worden afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering en de opgelegde boete worden bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.