ECLI:NL:CRVB:2005:AU2706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-duurzame scheiding en territorialiteitsbeginsel
Appellante, afkomstig uit Curaçao, vroeg in 2002 een bijstandsuitkering aan in Nederland. Haar echtgenoot verbleef toen in Curaçao met een inkomen van circa €400 per maand. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet duurzaam gescheiden leefde en het territorialiteitsbeginsel van de Algemene bijstandswet (Abw) verhinderde dat het inkomen van haar echtgenoot in aanmerking werd genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante en haar echtgenoot als een gezin moeten worden beschouwd omdat zij niet duurzaam gescheiden leefden. De Raad stelde vast dat de rechtbank ten onrechte het volledige inkomen van de echtgenoot in aanmerking had genomen zonder nadere motivering en dat onvoldoende was onderbouwd dat de middelen van beiden toereikend waren.
De Raad vernietigde het besluit en het vonnis van de rechtbank en beval het bestuursorgaan een nieuw besluit te nemen met inachtneming van artikel 50, tweede lid, van de Abw en het zorgvuldigheidsbeginsel uit de Awb. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente in de proceskosten van appellante en wees het verzoek om vergoeding van kosten van een juridisch adviseur af.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het bestuursorgaan moet een nieuw besluit nemen met correcte toepassing van de Abw.