ECLI:NL:CRVB:2005:AU2926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging terugvordering bijstand ondanks schending redelijke termijn
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet en kreeg haar recht op bijstand beëindigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner. Gedaagde vorderde terugbetaling van ten onrechte ontvangen bijstand over een periode van meerdere jaren. De rechtbank matigde de terugvordering tot €30.000 vanwege de overschrijding van de redelijke termijn bij de bezwaarafhandeling, maar wees een verdere matiging af omdat appellante geen materiële schade had aangetoond.
In hoger beroep stelde appellante dat het terug te vorderen bedrag nihil moest zijn, mede omdat zij tijdig had geïnformeerd over het uitblijven van een beslissing en mocht vertrouwen op het feit dat het dossier was gearchiveerd. Gedaagde voerde aan dat schending van de redelijke termijn geen invloed heeft op de terugvorderingsplicht en dat eventuele schadevergoeding via de civiele rechter moet worden gevorderd.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het bedrag had gematigd en dat de wettelijke verplichting tot terugvordering blijft bestaan ondanks de termijnoverschrijding. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan en bijzondere omstandigheden ontbraken die toepassing van de terugvordering onrechtvaardig maken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellante af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de matiging van de terugvordering tot €30.000 ondanks schending van de redelijke termijn.