ECLI:NL:CRVB:2005:AU3603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeneeskundig onderzoek moet door verzekeringsarts worden uitgevoerd
De zaak betreft een geschil over de herziening van een WAO-uitkering van gedaagde, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Gedaagde stelde dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd, omdat een medisch medewerker een substantieel deel van het onderzoek had verricht in plaats van de verzekeringsarts zelf.
De rechtbank Almelo vernietigde het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het onderzoek niet volledig en zorgvuldig was uitgevoerd, mede omdat de verzekeringsarts niet het volledige beoordelingsgesprek had gevoerd. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek volgens het Schattingsbesluit uitsluitend door een verzekeringsarts moet worden uitgevoerd.
De Raad oordeelt dat het onderscheid tussen het verzamelen van gegevens door een medisch medewerker en het beoordelen daarvan door de verzekeringsarts kunstmatig is. Het verzamelen van gegevens maakt integraal deel uit van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en vereist de deskundigheid van een verzekeringsarts. Het feit dat een medisch medewerker een uitgebreid deel van het onderzoek heeft uitgevoerd, waaronder anamnese en observaties, maakt het onderzoek niet rechtsgeldig.
De Raad bevestigt dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3 en 4 van het Schattingsbesluit en artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en derhalve niet kan standhouden. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Er worden geen proceskosten toegekend aan gedaagde.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet door een verzekeringsarts is uitgevoerd.