ECLI:NL:CRVB:2005:AU3980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over opzegtermijn en provisieberekening bij faillissement werkgever
Appellant was in dienst bij Computer Plusgroep Hofman BV en werd op 29 mei 2000 op non-actief gesteld. De werkgever werd op 9 augustus 2000 failliet verklaard. De curator nam de loonbetalingsverplichtingen over met een opzegtermijn van zes weken, vermeerderd met een aanvullende week, terwijl op grond van het overgangsrecht een langere termijn van tien weken van toepassing was.
Appellant stelde bezwaar tegen de beperking van de opzegtermijn en de wijze van berekening van de provisie, waarbij hij een berekening over de jaren 1997 tot en met 1999 wenste in plaats van de drie maanden voorafgaand aan de non-actiefstelling. De rechtbank oordeelde in het voordeel van UWV, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel voor zover het de opzegtermijn betreft.
De Raad oordeelt dat UWV ten onrechte de opzegtermijn heeft gemaximeerd op zeven weken en dat het volledige overgangsrecht moet worden toegepast. De berekening van de provisie op basis van het gemiddelde over drie maanden wordt als aanvaardbaar beschouwd, omdat appellant geen overtuigende zakelijke motivering gaf voor zijn langere periode. De Raad veroordeelt UWV tot vergoeding van proceskosten en bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van UWV wordt vernietigd voor zover het de opzegtermijn betreft; de volledige opzegtermijn moet worden overgenomen en een nieuw besluit genomen.