ECLI:NL:CRVB:2005:AU5061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsbesluiten wegens medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, een regelingsdeskundige bij het ministerie, viel uit wegens pijn, vermoeidheid en malaise. Gedaagde stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op basis van medische en arbeidskundige beoordelingen, waarbij functies werden geselecteerd die appellante nog kon vervullen. In het eerste besluit werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 55 tot 65%, in het tweede op 65 tot 80%.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan tegen beide besluiten, stellende dat de medische beoordeling onjuist was, functies ongeschikt en dat een urenbeperking en reductiefactor toegepast moesten worden. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellante haar grieven.
De Raad bevestigde het eerste besluit, oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende was en dat reïntegratie los staat van de mate van arbeidsongeschiktheid. Het tweede besluit werd vernietigd wegens onvoldoende motivering, met name omtrent de gewijzigde zitbelasting. De Raad verordonneerde dat gedaagde een nieuw besluit neemt en veroordeelde gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het eerste besluit wordt bevestigd, het tweede besluit vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.