ECLI:NL:CRVB:2005:AU5717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van toekenning kortdurende WW-uitkering en weigering bovenwettelijke uitkering gemeente Renkum
Appellant was werkzaam bij de gemeente Renkum op basis van een tijdelijk ambtelijk dienstverband van 15 mei 2000 tot 15 mei 2001 en werd daarna werkloos. Hij kreeg een kortdurende WW-uitkering toegekend, maar werd de bovenwettelijke uitkering geweigerd op grond van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) van de gemeente.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten tot toekenning en weigering ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de WW niet op hem van toepassing was en dat hij aanspraak had op een gunstigere regeling uit hoofdstuk 11 van de CAR, die pas later werd ingetrokken.
De Raad overwoog dat appellant recht had op een kortdurende WW-uitkering conform de wettelijke bepalingen en bevestigde het besluit hierover. Ten aanzien van de bovenwettelijke uitkering oordeelde de Raad dat de bezwaarafhandeling door het Uwv namens gedaagde 2 niet adequaat was, omdat het Uwv niet bevoegd was om te beslissen over aanspraken op grond van hoofdstuk 11 van de CAR. Hierdoor kon het besluit tot weigering van de bovenwettelijke uitkering geen stand houden en werd dit vernietigd.
De Raad veroordeelde gedaagde 2 tot vergoeding van proceskosten aan appellant en bepaalde dat gedaagde 2 een nieuwe beslissing moet nemen op het bezwaar tegen het besluit tot weigering van de bovenwettelijke uitkering.
Uitkomst: De kortdurende WW-uitkering wordt bevestigd en het besluit tot weigering van de bovenwettelijke uitkering wordt vernietigd met opdracht tot nieuwe beslissing.