ECLI:NL:CRVB:2005:AU5754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige borgtocht als bijzondere bijstand voor legeskosten verblijfsvergunning
Appellant, ontvanger van een bijstandsuitkering, verzocht bijzondere bijstand voor de legeskosten van de wijziging van zijn verblijfsvergunning. De gemeente verleende deze bijstand echter in de vorm van een borgtocht voor een lening, wat volgens de Raad niet toegestaan is onder de Algemene bijstandswet.
De Raad stelde vast dat de legeskosten noodzakelijke kosten zijn die niet uit de bijstandsnorm en draagkracht konden worden voldaan, waardoor bijzondere bijstand op grond van artikel 39 Abw Pro gerechtvaardigd was. Echter, artikel 24 Abw Pro maakt borgtocht alleen mogelijk voor bestaande schulden, wat hier niet het geval was.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep deels gegrond en deels ongegrond. De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 24 juni 2003, en beveelt de gemeente een nieuw besluit te nemen dat in overeenstemming is met de wet.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot borgtocht wordt vernietigd; de gemeente moet een nieuw besluit nemen conform de wet.