ECLI:NL:CRVB:2005:AU5953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens inkomen freelance stoffeerder zonder zelfstandigenstatus
Appellant en zijn echtgenote ontvingen sinds februari 2000 een bijstandsuitkering. In juni 2002 beëindigde het College van burgemeester en wethouders de uitkering met ingang van januari 2002, omdat het inkomen van appellant als freelance stoffeerder hoger was dan de bijstandsnorm. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde hoger beroep in.
De Raad oordeelde dat appellant niet als zelfstandige kan worden aangemerkt omdat hij niet voldoet aan het urencriterium uit de Wet op de inkomstenbelasting 2001. Hierdoor zijn de regels voor zelfstandigen niet van toepassing. Het inkomen van appellant in januari 2002 was hoger dan de bijstandsnorm, ook zonder verrekening van verwervingskosten.
De Raad verwierp het betoog van appellant dat verwervingskosten in mindering gebracht moeten worden bij de inkomensberekening, verwijzend naar vaste rechtspraak. Verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd bevestigd dat bijstand verleend per april 2002 geen terugwerkende kracht heeft naar januari 2002. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de bijstandsuitkering bevestigd.