ECLI:NL:CRVB:2005:AU6139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing over bijzondere bijstand voor griffierecht bij hoger beroep
Appellant heeft meerdere aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand ter vergoeding van griffierechten voor hoger beroepen en beroepen bij de rechtbank. De aanvragen werden door het College van burgemeester en wethouders van Winterswijk afgewezen, omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan konden worden aangemerkt volgens artikel 39, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze afwijzingen ongegrond, waarbij werd overwogen dat eerdere procedures over dezelfde onderwerpen appellant in het ongelijk hadden gesteld en dat de toegekende bijzondere bijstand voldoende was voor de aanschaf van apparaten. Het hoger beroep tegen deze uitspraken werd behandeld door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat het hoger beroep waarop een van de aanvragen betrekking had niet-ontvankelijk was verklaard, waardoor appellant geen belang meer had bij het beroep. De Raad vernietigde dit deel van de uitspraak en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Voor de andere besluiten bevestigde de Raad de afwijzing, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kosten noodzakelijk waren en geen toevoeging voor rechtsbijstand was verleend.
De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant ter hoogte van € 32,16 en bepaalde dat de gemeente Winterswijk deze kosten en het betaalde griffierecht van € 114,23 dient te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzitter R.M. van Male en leden H.J. de Mooij en J.J.A. Kooijman op 15 november 2005.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot bijzondere bijstand voor griffierecht wordt niet-ontvankelijk verklaard en de overige afwijzingen worden bevestigd met een proceskostenvergoeding aan appellant.