ECLI:NL:CRVB:2005:AU6509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf en vergoeding aan gemeenten
De zaak betreft een geschil tussen de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het College van burgemeester en wethouders van Apeldoorn over de vergoeding van bijstandskosten voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf. De Koppelingswet wijzigde artikel 7 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) per 1 juli 1998, waardoor vreemdelingen zonder verblijfstitel geen recht meer hebben op bijstand. De gemeente Apeldoorn had echter bijstand verleend aan vreemdelingen die vóór die datum toestemming hadden om hun procedure af te wachten.
De rechtbank Zutphen oordeelde dat toepassing van het gewijzigde artikel 7 Abw Pro op deze groep vreemdelingen in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). De rechtbank vernietigde het besluit van de Minister om de vergoeding voor 1999 gedeeltelijk te weigeren en gaf de gemeente gelijk.
In hoger beroep stelde de Minister dat de gemeente de wet had moeten naleven en dat weigering van vergoeding terecht was. De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter het oordeel van de rechtbank. De rechterlijke uitleg van artikel 7 Abw Pro is rechtsvaststellend en geldt terugwerkend vanaf 1 juli 1998. De gemeente heeft dus niet in strijd met de wet gehandeld en de Minister mocht de vergoeding niet weigeren.
De Raad wees ook op het belang van rechtszekerheid en gelijke behandeling van vreemdelingen. De uitspraak bevestigt dat het Rijk 90% van de bijstandskosten aan gemeenten moet vergoeden, ook als bijstand is verleend aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf die al vóór 1 juli 1998 bijstand ontvingen. De uitspraak werd bevestigd en een griffierecht opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Rijk de vergoeding van bijstandskosten aan gemeenten niet mag weigeren voor vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf die vóór 1 juli 1998 bijstand ontvingen.