ECLI:NL:CRVB:2005:AU7261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens vermeende niet-verzekeringsplichtige arbeid onvoldoende onderzocht
De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, weigerde een WW-uitkering aan gedaagde omdat deze vanaf 1 juli 2003 niet-verzekeringsplichtige arbeid zou verrichten bij een voetbalorganisatie. Gedaagde trainde mee met een professioneel voetbalelftal maar ontving geen salaris. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek door appellant.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het meetrainen met een professioneel elftal mogelijk als arbeid in het economisch verkeer kan worden aangemerkt, maar dat de feiten onvoldoende duidelijkheid bieden over de inhoud, omvang en verplichtingen van deze trainingen. Ook is onduidelijk of gedaagde enig geldelijk voordeel behaalde.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de aard en omvang van de werkzaamheden en het verlies van werknemerschap. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WW-uitkering is vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek.