ECLI:NL:CRVB:2005:AU7743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant verzocht om een WAO-uitkering met ingang van 16 januari 2003, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd afgewezen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende het bezwaarschrift te laat in, namelijk op 1 december 2002, terwijl de wettelijke termijn eindigde op 29 november 2002.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt, ondanks dat hij naar verwachting al in november 2002 bekend was met het besluit. De Raad overwoog dat de bezwaartermijn inderdaad was verstreken en dat de door appellant aangevoerde argumenten omtrent ontvangst en toepassing van de Algemene termijnenwet niet overtuigend waren.
De Raad verwierp de stelling dat de termijn verlengd moest worden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Tevens wees de Raad een verzoek om vergoeding van proceskosten af. Hiermee blijft het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de intrekking van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.