ECLI:NL:CRVB:2005:AU8349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde koerierswerkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering die door de uitkeringsinstantie werd herzien en teruggevorderd nadat bleek dat hij in de jaren 1996 tot 1999 werkzaamheden als koerier verrichtte zonder deze op te geven. De werkzaamheden werden niet als vrijwilligerswerk aangemerkt, mede vanwege de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het sluiten van een vervoersovereenkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de uitkering terecht was herzien en teruggevorderd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij als vrijwilliger werkte en dat de terugvordering onduidelijk was en verjaard. De Raad overwoog dat de werkzaamheden wel degelijk als arbeid in het economisch verkeer moesten worden gezien en dat de terugvordering terecht was, mede omdat appellant geen bewijs leverde dat de berekening onjuist was.
Verder oordeelde de Raad dat geen dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien en dat de duur van de procedure geen schending van het EVRM opleverde. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden als koerier.