ECLI:NL:CRVB:2005:AU8989
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstandsuitkering met terugwerkende kracht op grond van overgangsrecht WWB en Abw
Verzoeker had bijstandsuitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) tot en met 31 december 2002 en vroeg later opnieuw bijstand aan vanaf 11 augustus 2003. De gemeente wees bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003 af. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aanvraag van 11 augustus 2003 moet worden beoordeeld op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en Wet werk en bijstand (WWB) conform het overgangsrecht.
De Raad stelt vast dat geen eerdere melding of aanvraag dan 11 augustus 2003 is gedaan en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden zoals psychische problematiek hem verhinderden eerder een aanvraag in te dienen. Ook is geen sprake van onoirbare belemmering door de gemeente. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat bijstand met terugwerkende kracht niet toekomt.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten. Er wordt geen proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding opgelegd.
Uitkomst: De weigering van bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003 wordt bevestigd.