ECLI:NL:CRVB:2006:AX7959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstandsuitkering na wetswijziging Wet werk en bijstand
Appellant ontving van juni 2000 tot juli 2003 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na een ingetrokken aanvraag in augustus 2003, diende appellant op 2 februari 2004 een nieuwe aanvraag in bij het College van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, met terugwerkende kracht tot 20 augustus 2003. Het College wees dit verzoek af en kende bijstand toe vanaf 28 januari 2004, de datum van melding bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op aanvragen na 1 januari 2004 die terugwerkende kracht tot vóór die datum vragen, de Wet werk en bijstand (WWB) van toepassing is voor de ingangsdatum, en dat de materiële bepalingen van de Abw gelden voor de periode vóór 1 januari 2004.
De Raad bevestigde dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die een eerdere ingangsdatum dan 28 januari 2004 rechtvaardigen. De eerdere aanvraag van 20 augustus 2003 was ingetrokken, en appellant had geen bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing daarop. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat appellant niet eerder dan 2 februari 2004 een nieuwe aanvraag kon indienen.
Daarom blijft de ingangsdatum van de bijstand 28 januari 2004, conform de WWB, gehandhaafd en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt vastgesteld op 28 januari 2004, zonder terugwerkende kracht tot 20 augustus 2003.