ECLI:NL:CRVB:2005:AU9296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hoger beroep en verzoek om herziening in WW-uitkeringszaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die zijn beroep tegen de afwijzing van een verzoek om herziening van eerdere besluiten inzake de weigering van een WW-uitkering ongegrond verklaarde. De Raad overwoog dat het bestuursrechtelijk systeem niet voorziet in hoger beroep tegen afwijzing van herzieningsverzoeken, waardoor zij zich onbevoegd verklaarde voor dat deel van het hoger beroep.
In de onderliggende procedure was de WW-uitkering van appellant blijvend geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Diverse besluiten en uitspraken van rechtbank en Raad bevestigden de kwalificatie van de werkloosheid als zwaar verwijtbaar en de rechtmatigheid van de sancties. Appellant voerde onder meer aan dat de rechtbank feiten onjuist had vastgesteld en dat gedaagde feiten had achtergehouden.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de besluiten waartegen appellant herziening vroeg rechtens niet meer bestonden en dat de verzoeken om herziening niet konden worden toegewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. Het hoger beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De Raad verklaart zich onbevoegd voor hoger beroep tegen afwijzing van herzieningsverzoek en bevestigt het bestreden besluit tot weigering van WW-uitkering.