ECLI:NL:CRVB:2005:AV2181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de juiste opzegdatum voor WW-uitkering na faillissement werkgever
In deze zaak stond centraal of de besluiten waarbij het recht op een WW-uitkering werd vastgesteld uitgaande van de opzegdatum 9 oktober 2003, de datum van de curator, terecht vernietigd zijn. Gedaagden waren werkzaam bij een werkgever die vanaf 19 mei 2003 geen loon meer betaalde en op 1 oktober 2003 failliet werd verklaard. De curator zegde het dienstverband op 9 oktober 2003 op.
Appellant stelde dat de faillissementsdatum leidend was voor het vaststellen van de uitkeringsperiode en dat een eerdere opzegging niet mogelijk was omdat gedaagden ziek waren. De rechtbank oordeelde echter dat er aanwijzingen waren dat de betalingsonmacht van de werkgever al eerder was ingetreden en dat appellant dit had moeten onderzoeken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde dat de betalingsonmacht niet automatisch samenvalt met de faillissementsdatum. Er waren voldoende aanwijzingen dat de werkgever al vanaf 19 mei 2003 niet betaalde en pogingen deed tot schuldsanering. Appellant had moeten onderzoeken of een eerdere fictieve opzegdatum moest worden vastgesteld.
Daarom werden de bestreden besluiten vernietigd wegens schending van het motiveringsbeginsel en werd appellant veroordeeld in de proceskosten van gedaagden.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de opzegdatum van 9 oktober 2003 niet zonder nader onderzoek kan worden aangehouden en vernietigt de bestreden besluiten wegens schending van het motiveringsbeginsel.