ECLI:NL:CRVB:2006:AU8992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten boven maximale vergoeding
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandheelkundige kosten die niet door haar aanvullende ziektekostenverzekering (AV Plus Amsterdam) werden gedekt. De gemeente Amsterdam kende bijzondere bijstand toe tot de maximale bedragen conform het gemeentelijk beleid en wees verdere bijstand af. De rechtbanken verklaarden de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat er geen toereikende voorliggende voorziening was, dat nader onderzoek naar de noodzaak van de kosten moest plaatsvinden en dat haar individuele omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde dat de Ziekenfondswet en de Regeling tandheelkundige hulp ziekenfondsverzekering een passende en toereikende voorliggende voorziening boden. Artikel 17 van Pro de Algemene bijstandswet staat in beginsel verdere bijzondere bijstand in deze kosten in de weg, tenzij zeer dringende redenen of noodsituaties aanwezig zijn, wat hier niet is vastgesteld.
De Raad kwalificeerde het gemeentelijk beleid als buitenwettelijk maar begunstigend en toetste of dit beleid consistent was toegepast. De besluiten waren in overeenstemming met dit beleid genomen, waarbij zelfs ten gunste van appellante van het beleid was afgeweken. De Raad concludeerde dat de hoger beroepen geen doel treffen en bevestigde de aangevallen uitspraken zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten boven de maximale vergoeding.