ECLI:NL:CRVB:2007:BC0182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek inhouding Zfw-premies op AOW-pensioen
Appellante, woonachtig in Spanje, ontvangt sinds oktober 1996 een AOW-pensioen waarop premies ingevolge de Ziekenfondswet (Zfw) worden ingehouden. Na het overlijden van haar echtgenoot in 2000 werd het pensioen herzien en verzocht appellante om beëindiging van de inhouding en terugbetaling van premies. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk en handhaafde de inhouding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde in 2002 dat het bezwaar tegen de inhouding voor zover het betrekking had op reeds onherroepelijke rechten als een verzoek tot herziening moest worden behandeld. De Svb besloot dat vanaf 1 augustus 2000 geen premie meer verschuldigd was vanwege het Spaanse weduwenpensioen, maar dat de inhouding tot die datum terecht was.
Appellante voerde aan dat zij op grond van Europese regelgeving en Spaanse verzekering zelfstandig verzekerd was, en dat de overmakingskosten ten onrechte op haar werden verhaald. De Raad stelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen en dat de Svb terecht heeft gehandeld binnen de wettelijke kaders.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het beroep van appellante af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de inhouding van Zfw-premies op het AOW-pensioen van appellante.