ECLI:NL:CRVB:2006:AV2015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellante, werkzaam als leerkracht met een WW- en Bbwo-uitkering, kreeg een korting van 20% op haar uitkeringen opgelegd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van 4 februari tot 3 maart 2002. De rechtbank had deze maatregel eerder bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad stelt vast dat appellante in de betreffende periode niet heeft gesolliciteerd, terwijl zij daartoe verplicht was op grond van artikel 24 van Pro de WW. Hoewel appellante gedeeltelijk werkzaam was als invalkracht, acht de Raad dit geen reden om niet te solliciteren naar aanvullende of volledige banen. De brief van 23 oktober 2001 maakte de sollicitatieplicht en de gevolgen van niet-naleving duidelijk.
De Raad oordeelt dat de sollicitatieplicht redelijk en niet onredelijk is toegepast en dat appellante geen uitzonderlijke omstandigheden heeft aangevoerd die haar van deze verplichting ontslaan. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de korting op de uitkeringen bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de WW- en Bbwo-uitkering vanwege onvoldoende sollicitatieactiviteiten.