ECLI:NL:CRVB:2001:AE8626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van sollicitatieplicht en maatregelkorting WW-uitkering bij onvoldoende sollicitaties
In deze zaak staat de vraag centraal of gedaagde voldoende sollicitatieactiviteiten heeft verricht in de periode van 6 april tot en met 3 mei 1998, zoals vereist op grond van de Werkloosheidswet (WW) en het beleid van appellant. Gedaagde had vier sollicitaties vermeld, alle in de laatste week van die periode. Appellant legde daarom een korting van 20% op de uitkering op wegens het niet voldoen aan de minimumnorm van één sollicitatie per week.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat appellant onvoldoende rekening had gehouden met de individuele omstandigheden van gedaagde en de zwaarte van de maatregel. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het beleid van appellant om per vier weken te beoordelen en te eisen dat in beginsel ten minste één sollicitatie per week wordt verricht, niet in strijd is met de WW. De Raad stelt vast dat gedaagde in drie achtereenvolgende weken geen enkele sollicitatie verrichtte zonder geldige reden.
De Raad acht de leeftijd van gedaagde (40 jaar) geen reden om haar kansen op de arbeidsmarkt als illusoir te beschouwen, temeer daar er voldoende geschikte vacatures waren. Ook is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid die tot matiging van de maatregel zou leiden. De Raad concludeert dat appellant terecht de maatregel heeft opgelegd en vernietigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de maatregelkorting van 20% op de WW-uitkering blijft gehandhaafd.