ECLI:NL:CRVB:2006:AV3017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering gezinsbijstand wegens schending inlichtingenplicht en woonplaatswijziging
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) van november 1989 tot februari 2002. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder herzag het recht op bijstand met ingang van juli 1997 en vorderde de kosten van bijstand terug wegens het niet melden van inkomsten en het ontbreken van de woonplaats in de gemeente vanaf januari 2001.
De Raad onderscheidt twee perioden: vanaf 1 januari 2001 had appellant zijn hoofdverblijf niet meer in de gemeente Noordoostpolder, maar verbleef hij feitelijk in Bloemendaal, wat appellant niet had gemeld. Voor de periode van 1 juli 1997 tot 1 januari 2001 beschikte appellant over inkomsten uit werkzaamheden die hij voor een stichting verrichtte, maar die hij eveneens niet aan de gemeente had gemeld.
De Raad oordeelt dat appellant zijn inlichtingenplicht schond en dat het recht op bijstand over de gehele periode ten onrechte is verleend. Er is geen dringende reden om van intrekking en terugvordering af te zien. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.