ECLI:NL:CRVB:2006:AV3033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens bezit onroerend goed in Marokko
Appellanten ontvingen sinds 1985 bijstand, laatstelijk op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale Recherche Weert een onderzoek naar het bezit van onroerend goed in Marokko. Dit onderzoek leidde tot de conclusie dat appellanten sinds jaren eigenaar waren van landbouwgrond en een woning in Marokko zonder dit te melden aan de gemeente.
De gemeente beëindigde het recht op bijstand per 1 juni 2003, trok het recht over de periode van 1 augustus 1998 tot 31 mei 2003 in en vorderde de kosten van bijstand terug. Appellanten maakten bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door de rechtbank. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenplicht uit artikel 65 Abw Pro hebben geschonden door het bezit niet te melden. De verklaringen van appellant zijn betrouwbaar en niet onder druk afgelegd. Omdat het bezit niet is gemeld, kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld en is de intrekking en terugvordering terecht.
Ten aanzien van het minimabeleid 1996, 2000 en 2001 verklaart de Raad zich onbevoegd, omdat dit beleid niet op een wettelijk voorschrift berust. Het hoger beroep hierover wordt doorgezonden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en bevestigt het bestreden besluit van 2 maart 2004 voor zover het de Abw betreft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht over het bezit van onroerend goed in Marokko.