ECLI:NL:CRVB:2006:AV3084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verblijf in buitenland en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving vanaf juni 2000 bijstand als alleenstaande ouder van de gemeente Maastricht. Na een onderzoek naar haar verblijf bleek dat zij gedurende de periode van augustus 2000 tot en met augustus 2001 hoofdzakelijk in België verbleef, wat zij niet had gemeld aan de gemeente. Hierdoor was zij niet gerechtigd tot bijstand over die periode.
De gemeente Maastricht besloot daarom de bijstand over deze periode terug te vorderen en het recht op bijstand in te trekken. Appellante voerde in hoger beroep verweer, maar kon niet aantonen dat zij gedurende de betwiste periode daadwerkelijk woonachtig was in Maastricht. De verklaringen van haar en derden bevestigden juist het verblijf in België.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksgegevens voldoende waren om het besluit te handhaven. Ook was sprake van schending van de inlichtingenplicht, waardoor intrekking en terugvordering gerechtvaardigd waren. Er waren geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees de proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens verblijf in het buitenland en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.