ECLI:NL:CRVB:2006:AV4006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende feitelijke grondslag gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande. De gemeente Venlo vermoedde dat zij tussen 1999 en 2001 een gezamenlijke huishouding voerde met [J.], wat gevolgen had voor de uitkering. Na onderzoek, waaronder huisbezoek en getuigenverklaringen, trok de gemeente bijstand in en vorderde kosten terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het aflossingsbedrag gegrond, maar liet het besluit over intrekking en terugvordering in stand. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde. De Raad concludeerde dat de feitelijke grondslag voor het besluit ontbrak, mede omdat het bewijs onvoldoende was en verklaringen niet doorslaggevend.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het intrekking en terugvordering betrof en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellante toegewezen. Een verzoek om schadevergoeding kon nog niet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen.