ECLI:NL:CRVB:2006:AV4727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar geldlening bij verschuiving uitkeringsbetaling
Appellanten maakten bezwaar tegen een geldlening die de gemeente Landgraaf aan hen verstrekte ter overbrugging van een periode waarin de betaaldatum van hun bijstandsuitkering was verschoven. De gemeente verklaarde het bezwaar ongegrond en vervolgens niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep tegen het tweede besluit (niet-ontvankelijkverklaring) gegrond is, maar dat het beroep tegen het eerste besluit (ongegrondverklaring) niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat appellanten na het tweede besluit geen belang meer hadden bij beoordeling van het eerste besluit. De Raad wijst het verweer van appellanten af dat zij ten onrechte te laat bezwaar zouden hebben gemaakt.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank omdat deze niet onderscheid maakte tussen de twee besluiten en geen proceskostenveroordeling uitsprak. De Raad veroordeelt de gemeente Landgraaf tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 29 juni 2004 wordt niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het besluit van 17 augustus 2004 wordt ongegrond verklaard, en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.