ECLI:NL:CRVB:2006:AV7281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over uitbetaling en korting AOW-pensioen bij grensoverschrijdende situatie
Appellant, wonende in België, stelde hoger beroep in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (SVB) waarin een AOW-pensioen werd toegekend met korting voor de periode 1982-2001 vanwege niet-verzekerde tijdvakken. Tevens was er discussie over de uitbetaling van achterstallige pensioengelden aan de Belgische Rijksdienst voor Pensioenen (RVP).
De Raad oordeelt dat de mededeling van de SVB over de uitbetaling aan de RVP wel een besluit is en dat het bezwaar van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring daarvan ten onrechte is afgewezen. De uitbetaling aan de RVP was op goede gronden gebaseerd op een verzoek van de Belgische instantie en conform Europese regelgeving.
Ten aanzien van de korting op het pensioen stelt de Raad vast dat appellant sinds 1982 in België woonde en dat zijn werkzaamheden in Nederland anders dan in loondienst waren. Hierdoor was uitsluitend Belgisch recht van toepassing en was appellant niet verzekerd op grond van de AOW. De korting is daarom terecht toegepast.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen de uitbetaling aan de RVP niet-ontvankelijk werd verklaard en verklaart dat bezwaar ongegrond. Voor het overige wordt het bestreden besluit bevestigd. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De korting op het AOW-pensioen is terecht toegepast en de uitbetaling van het achterstallige pensioen aan de Belgische Rijksdienst voor Pensioenen is gegrond.