ECLI:NL:CRVB:2006:AV8541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstandsuitkering en vermogensvaststelling levensverzekering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen tot terugvordering van bijstand over de periode van 19 december 2000 tot 12 september 2001. De kern van het geschil betreft de vraag of de afkoopwaarde van een levensverzekeringspolis terecht is meegenomen bij de vermogensvaststelling en of de door appellant opgevoerde schulden terecht niet in mindering zijn gebracht.
De Raad oordeelt dat de afkoopwaarde van de levensverzekeringspolis als vermogen moet worden beschouwd omdat deze afkoopbaar is en redelijkerwijs van appellant kan worden gevergd. Het belang van een toekomstige lijfrente-uitkering wordt niet meegewogen vanwege het actualiteitsprincipe en het sluitstukkarakter van de Algemene bijstandswet (Abw). Daarnaast stelt de Raad dat schulden alleen in mindering mogen worden gebracht indien het bestaan daarvan voldoende aannemelijk is en er een daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling bestaat. De door appellant opgevoerde schulden voldoen hier niet aan.
De Raad concludeert dat het vermogen van appellant gedurende de betreffende periode de toepasselijke vermogensgrens heeft overschreden, waardoor terugvordering van de bijstand terecht is. Dringende redenen om af te zien van terugvordering zijn niet aanwezig. De klacht over de bejegening door de gemeente kan niet in deze procedure worden beoordeeld. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand blijft in stand.