ECLI:NL:CRVB:2006:AV8581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing kwijtschelding restant bijstandsgeldlening onder hypotheek
Appellanten ontvingen sinds 1981 bijstand, aanvankelijk op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers, later onder de Algemene bijstandswet (Abw) en uiteindelijk de Wet werk en bijstand (WWB). Vanaf 1994 werd bijstand verleend in de vorm van een geldlening onder hypotheek, met een kredietplafond van 60.583,34 gulden. In 1995 werd een hypotheekakte opgemaakt en een betalingsregeling getroffen voor een vordering van 23.458,79 gulden wegens teveel ontvangen bijstand.
In 2003 verzochten appellanten kwijtschelding van het resterende bedrag van 5.880,40 euro. De gemeente Sluis wees dit verzoek in 2004 af omdat de vordering door hypotheek was gedekt en de kantonrechter de betalingsregeling had vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gemeente onjuist heeft geoordeeld dat ook de vordering wegens niet gekorte inkomsten uit arbeid door hypotheek was gedekt. De hypotheekakte dekt alleen de geldlening vanaf 1994. Verder stelt de Raad vast dat appellanten ruim 8,5 jaar volledig aan hun betalingsverplichtingen hebben voldaan, wat volgens het beleid aanleiding geeft tot kwijtschelding. De beschikking van de kantonrechter staat kwijtschelding niet in de weg.
De Raad vernietigt het besluit van 15 juni 2004 en beveelt dat de gemeente een nieuw besluit neemt, waarbij ook de proceskosten van appellanten worden vergoed. De zaak wordt terugverwezen voor heroverweging met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 15 juni 2004 wordt vernietigd en de gemeente Sluis wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.