ECLI:NL:CRVB:2006:AW2816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onjuist uitgevoerde woningaanpassingen gehandicapte
Appellant, een rolstoelgebonden persoon, diende op 29 februari 2000 een verzoek in bij het College van burgemeester en wethouders van Maastricht om schadevergoeding vanwege onjuist uitgevoerde aanpassingen aan zijn woning. Hij stelde dat het College tekort was geschoten in het toezicht op deze aanpassingen, wat schade veroorzaakte. Na uitblijven van een besluit stelde appellant bezwaar en beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
Het College wees het verzoek om schadevergoeding af, stellende dat er geen sprake was van een onrechtmatige rechtshandeling. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep af. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat het handelen van het College feitelijk was en niet bestond uit een besluit, waardoor bezwaar en beroep niet ontvankelijk waren wegens het ontbreken van processuele connexiteit.
De Raad vernietigde het besluit van 21 juli 2003 voor zover het ging om het bezwaar tegen het afwijzingsbesluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed. Hiermee werd bevestigd dat het College ten onrechte een inhoudelijke beslissing had genomen op een niet-ontvankelijk bezwaar.
Uitkomst: Bezwaar tegen het besluit tot afwijzing van schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard; besluit vernietigd.