ECLI:NL:CRVB:2006:AW2836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegronde beslissing ziekenfonds inzake onrechtmatige inschrijving en schadevergoeding
Appellante stond op grond van de Ziekenfondswet (Zfw) tot 31 januari 2000 als medeverzekerde ingeschreven op de polis van haar moeder. Zij trad op 31 januari 2000 in dienst bij een werkgever, maar meldde het einde van haar dienstverband per 10 februari 2000 niet aan het ziekenfonds. Hierdoor bleef zij onterecht als verzekerde ingeschreven tot 12 oktober 2001, ondanks dat zij in die periode geen verzekeringsplichtige arbeid verrichtte en geen uitkering ontving.
Het ziekenfonds stelde vast dat appellante ten onrechte was ingeschreven en bracht haar een bedrag in rekening wegens onrechtmatige inschrijving. Appellante voerde aan dat zij niet wist dat zij verzekerd was, geen premienota had ontvangen en niet aansprakelijk kon worden gesteld voor het nalaten van haar werkgever om het dienstverband te melden. De Raad oordeelde echter dat de verzekering rechtstreeks uit de wet voortvloeit en appellante geacht moet worden hiervan op de hoogte te zijn geweest, mede omdat zij uit haar loonstrook kon afleiden dat er premie werd afgedragen.
De Raad stelde vast dat het ziekenfonds terecht een vergoeding voor de geleden schade mocht vorderen omdat appellante haar meldingsplicht niet was nagekomen. Tevens werd vastgesteld dat het toegezonden polisblad geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was. De eerdere besluiten van het ziekenfonds en de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd, en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante ten onrechte als verzekerde stond ingeschreven en dat het ziekenfonds terecht een schadevergoeding vordert.